INTERVIEW || Hoewel hij het Integraal Zorgakkoord gekscherend een ‘poldergedrocht’ noemt, is VitaValley bestuurder en programmadirecteur Pim Ketelaar er optimistisch over. “Wat mij hoop geeft, is vooral de inzet op echte transformatie. Niet even hier en daar aan wat knopjes draaien, maar dingen echt anders organiseren.”

 

‘De grens van zorg is bereikt’, zegt CZ bestuursvoorzitter Joep de Groot in De Telegraaf op 11 november. “We lopen tegen de grens van ons systeem aan, het aantal mensen in dat in de zorgen werkt zal niet groeien terwijl de vraag om zorg wel zal toenemen.”

Een herkenbaar geluid, zegt Ketelaar, maar aan de andere kant ook niks nieuws. “Het is vooral verbazingwekkend dat er in de afgelopen twintig jaar weinig tot niets is gebeurd om dit dreigende zorginfarct af te wenden. Er is binnen de zorg steeds meer mogelijk, maar we kunnen niet langer op elke zorgvraag een zorg antwoord formuleren. Hopelijk kunnen het integraal zorgakkoord (IZA) en het Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) deze problemen nu echt gaan eens gaan oplossen.”
 

Van papier naar praktijk
Hoe kijkt Ketelaar tegen het IZA aan? “Er staat alles in wat je de afgelopen jaren hebt gehoord in de zorgpolder. Het zijn 120 pagina’s met goede voornemens. De vraag die daar levensgroot boven hangt is: hoe gaan we dit doen? Als we er over eens zijn dat dit moet gebeuren, wie is er dan nu aan zet en welke acties gaan er ondernomen worden? Hoe zorg je dat het dit keer echt anders wordt?”

Waar de bestuurder naar eigen zeggen wel hoopvol over is, is de inzet op transformatie. “Niet even hier en daar aan wat knopjes draaien, maar dingen echt anders organiseren. Als je het hebt over mensen langer thuis laten wonen, dan vraagt dat nogal wat van alle geledingen in de zorg. Dan heb je het over her-alloceren van geldstromen, andere manieren van zorg organiseren, vergoeden en leveren, andere manieren van zorg geven en ontvangen. Al die onderdelen moeten transformeren om daadwerkelijk verandering te creëren. In het IZA is hier veel aandacht voor, maar dat moet nog wel van papier naar de praktijk gebracht worden.”
 

Toegankelijkheid van de zorg
In zowel het programma WOZO als het IZA is ‘Zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’ een leidend motto. “Er is goed over die woordkeuze nagedacht”, zegt Ketelaar, “maar tegelijkertijd legt het ook een mogelijk pijnpunt bloot. Want wie bepaalt of ‘het kan’? Hoe zit het met de toegankelijkheid van het zorgsysteem? Er was, is en zal altijd een schaarste probleem zijn. Het is alleen de vraag hoe je de zorg op een fatsoenlijke manier met elkaar gaat verdelen. We hebben niet voor niks afscheid genomen van klassenzorg.”

Daarnaast zit er volgens Ketelaar nog te veel een vrijheidsgraad in. “Stel ik ben mantelzorger en ik vind dat een medicijndispenser niet past bij mijn moeder. Ik wil dat de wijkverpleging drie keer per dag haar medicatie komt aanreiken. Heb ik dat recht dan nog? Het gaat dan eigenlijk veel meer om solidariteit.”
 

Solidariteit
Dat gevoel van solidariteit is dan ook precies het gevoel waar er in de komende jaren op ingehaakt moet worden, zegt hij. “We kunnen niet langer zo’n zwaar beroep doen op de zorg. De handen zijn simpelweg niet beschikbaar. Die solidariteit slaat op zorgverleners, maar ook op cliënten, mantelzorgers of andere familie. De zorg kan misschien niet meer zo geleverd worden als je had bedacht of gehoopt en dat moeten we samen oplossen. We moeten samen een beetje zuinig zijn op de zorg en slimme dingen doen om de zorg betaalbaar, toegankelijk en solidair te houden.”
 

Beschikbaarheid
Daarvoor zijn twee dingen belangrijk en nu nog onderbelicht of afwezig, zegt Ketelaar. “Allereerst moeten digitale zorgtoepassingen met een bewezen meerwaarde voor iedereen in Nederland beschikbaar zijn. Ongeacht waar je woont, welke zorgverzekeraar je hebt of welke zorgorganisatie jouw zorg verleent. Het moet altijd aangeboden worden. Dat is nu niet het geval: er zit nog veel praktijkvariatie in.”
 

Voorlichting
Daarnaast moet de voorlichting naar burgers, bewoners, cliënten en patiënten verbeteren. ‘Mensen moeten weten wat er überhaupt beschikbaar is. De gemiddelde mantelzorger weet niet wat een medicatiedispenser is en of wat voordelen hiervan zijn voor zichzelf of een vader of moeder. Ze moeten gaan beseffen dat deze manier van zorg verlenen net zo waardevol kan zijn en dat er niet zoveel keuze meer is. Het is een natuurlijke reflex om te denken: dit soort innovaties leiden tot verschraling van de zorg, waar blijft het menselijke contact? Je zult daar dus goed tekst en uitleg bij moeten geven.”
 

Nog meer samenwerken
Wie moet dit tekst en uitleg gaan geven? Dat is een goede vraag, zegt Ketelaar. “We kijken hiervoor snel naar de koepels, de ouderenbonden, patiëntenorganisaties of ledenverenigingen van grote zorgaanbieders. Zij vertegenwoordigen samen een grote groep mensen. Het onderwerp digitale zorg komt hier steeds nadrukkelijker op de agenda. Maar je kunt ook denken aan de kanalen van grote clubs als de Vereniging Eigen Huis of ANWB. Naast trapliften ook reclame voor medicijndispensers of andere slimme oplossingen om langer thuis te wonen, dat zie ik wel voor me.”

Ook zal er van zorgorganisaties onderling worden gevraagd om nog meer samen te gaan werken. ‘Elke zorgorganisatie vindt zichzelf behoorlijk uniek. ‘Dat kan hier niet, wij werken anders, onze regio zit anders in elkaar, dit past niet bij onze cliënten’. Dat station moet je voorbij. Juist omdat je bij digitale oplossingen veel meer in schaalgrootte kunt denken. Dus van not invented here naar proudly copied from.. Daar wordt de maatschappelijke business case alleen maar gunstiger van.”
 

Weerbarstige praktijk
Tenslotte zullen de verschillende partijen nog veel meer van elkaar moeten gaan leren. Hierin speelt VitaValley een belangrijke rol, zegt Ketelaar. VitaValley voert SET-up uit, het ondersteuningsprogramma bij de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET). Organisaties die bezig zijn met het inzetten van ‘langer thuis’ e-health leren hierin van elkaar.

En de geleerde lessen worden weer met koepels, ZonMw, VWS en andere systeem spelers gedeeld. “Hierin werkt VitaValley als een soort pendel tussen de systeemwereld waarin dit soort plannen worden gemaakt en de weerbarstige praktijk in de wijk en bij de mensen thuis. Wat kun je in die pendel van elkaar leren? Wij geven geleerde lessen uit de praktijk terug aan de systeemwereld. Om daar vervolgens gericht beleid op te voeren. Daarmee wordt het maatschappelijk rendement van het SET-subsidiegeld veel groter.”
 

Online leernetwerk
Onderdeel van SET-up is een online leernetwerk waarin organisaties die gebruik maken van de SET-subside onderling kennis uitwisselen en webinars of informatie sessies bijwonen. De ambitie is om dit online leernetwerk in de komende jaren verder uit te rollen en breder toegankelijk te maken.

“Wij doen ons best om richting VWS en zorgverzekeraars de dialoog te starten: zo’n learning community is heel waardevol. Kunnen we dat niet openstellen voor iedereen die bezig is met implementatie van digitale zorg? Nu is het ‘voorbehouden’ aan de mensen die een SET-subsidie toegekend hebben gekregen. Er zijn natuurlijk nog veel meer mensen die zich bezighouden met implementatie van digitale zorg en oplossingen voor langer thuis wonen, en voor wie de vraagstukken en oplossingen herkenbaar zijn. Wij willen het leernetwerk voor hen ook toegankelijk maken. Om zo sneller en duurzamer invulling te geven aan ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan.”